Het is een knipoog naar het verleden

Op maandagochtend ontwaakt Zwolle. De eerste lentezon laat zijn gezicht zien in de reflectie van het Almelose kanaal, bij de Diezenpoortenbrug. Een enkele fietser rijdt naar de binnenstad, maar verder is het leeg. De winkels openen hun deuren pas rond een uur of één. Op deze maandagochtend struint Marcel Overbeek over de beklinkerde weg van de Diezerstraat. Zijn stad, overvloedig van tastbare geschiedenis waar hij zo van houdt. Maar zijn geliefde stad is in rap tempo aan het veranderen.

Marcels fascinatie voor historische panden uit zich in zijn dagelijkse werkzaamheden: bouw historicus, lid Zwols Architectuur Podium, oud-bestuurslid van de Stichting Bankgebouw Van Straaten, bibliothecaris, documentalist, lid van erfgoedvereniging Heemschut… of misschien toch gewoon echt die hard Zwollenaar. Een kleine honderdvijftig meter de Diezerstraat in staat Marcel met enig weemoed voor zijn oude werkplek. Een prachtig, rood negentiende-eeuws pand wat ooit gebouwd is om te dienen als provinciehuis en vergaderzaal voor de Provinciale Staten. Als een wandelende encyclopedie schud hij zo een paar verhalen uit zijn mouw. Over hoe het ooit gebouwd is door een rijksbouwmeester, wat ervoor gesloopt moest worden en tot het exacte jaartal waarvoor het gebouw in gebruik is geweest. Na 1984 werd het in gebruik genomen als centrale stadsbibliotheek waar Marcel een aantal jaren gewerkt heeft. “Het is zo jammer dat we weg moesten,” zegt Marcel terwijl hij omhoog kijkt, “niet alleen omdat ik nu achteraf geluiden hoor dat het misschien toch beter was dat we zouden blijven. Vanwege de leegstand in de stad. Maar ik ben zelf ook bang dat we misschien klanten gaan verliezen.” De bibliotheek is sinds een half jaar geleden weggebonjourd uit de binnenstad en kampeert tijdelijk in het stadhuis totdat de uiteindelijke bestemming klaar is om te betrekken.

In 2010 besloot de gemeente namelijk dat de bibliotheek eigenlijk een enorme potentiële winkelruimte in beslag nam en begon met het maken van concrete plannen om het gebouw een nieuwe bestemming te geven. In 2013 vestigt de Spaanse kledingzaak Bershka zich in het pand er recht tegenover. Het duurt niet lang voordat het beursgenoteerde bedrijf Inditex (waar Bershka en Zara onder vallen) zijn oog liet vallen op het prachtige monumentale pand. Na onderhandelingen met de gemeente werd besloten hier een Zara in te vestigen, met een warenhuisconcept. Uiteindelijk moet het gaan bijdragen aan de opleving van de Diezerstraat en ook de hele stad. Grote namen in de retail moeten echte trekkers worden waardoor de stad kan inspelen op de toenemende trends en ontwikkelingen van het online shoppen. Beleven wordt het nieuwe winkelen.

Peter Nieland is directeur bij Locatus; een onafhankelijk onderzoeksbureau op gebied van winkelinformatie. “Er zijn vijftien steden die we echt kunnen aanmerken als funshopping-steden. Zwolle zou daar zomaar eens bij kunnen zitten. Ik denk echt dat Zwolle in een goede flow zit. Denk maar aan het binnenhalen van de Ikea of het grote Koningsdagevenement, PEC Zwolle… Allemaal grote trekkers. Zwolle is daar echt in aan het veranderen.”  Het mag duidelijk zijn dat Zwolle als nooit te voren aan het groeien is.

Voormalig stadsbibliotheek waar binnenkort een Zara zal huisvesten. Foto: Susan Poeder.

Voormalig stadsbibliotheek. De Zara heeft afgezien van de koop van dit rode pand vanwege zijn monumentale status, en zal links van dit pand gaan vestigen. Foto: Susan Poeder.

Verdacht bittere nasmaak

Maar dat groeien ging dan wel ten koste van Marcel zijn werkplek. “Natuurlijk vind ik het jammer dat we nu niet meer in dit prachtige pand zitten. Maar ik denk ook dat onze nieuwe locatie aan de Van Rooijensingel ons nieuwe kansen biedt. Vlakbij het station en dichterbij Assendorp waar veel klanten van ons zitten. We zullen moeten afwachten hoe het zal uitpakken.” Marcel kijkt nog een keer om voor hij verder loopt richting de Grote Markt. Hij kan het niet helpen dat het een verdacht bittere nasmaak heeft. Het komt hem allemaal veel te bekend voor. Hij kijkt nog eens om zich heen. Dit zijn geen winkels. Dit zijn verhalen. Verborgen in de gevelstenen van de gebouwen, of het glaswerk van een oude apotheek. Kon hij maar een manier vinden om deze verhalen te vertellen aan de mensen zodat iedereen zou begrijpen hoe mooi het hart van Zwolle eigenlijk is. In 2009 kon hij voor monumentendag een heel tijdschrift vullen, louter met verhalen over gevelstenen. Ook schreef hij een kleine gids met Art-Nouveau wandelroutes door de binnenstad. Maar het grootste verhaal moest nog verteld worden.

Even verderop op de Melkmarkt maken enkele eetgelegen zich klaar om open te gaan. Een serveerster start rustig haar werkdag, knijpt met haar ogen in het felle zonlicht terwijl haar huid de eerste warme zonnestralen opvangt. Ze geniet, maar wordt al gauw verstoord door het geluid van kletterend staal aan de overkant. Kettingen. IJzer. Hamers en slijptollen. Ook de bouwvakkers maken zich klaar om aan het werk te gaan. Dit is waar het allemaal begon in 2006.

kader“Actie voor bank aan Melkmarkt” zo kopte de Stentor op 24 januari 2006. Al sinds 1999 is projectontwikkelaar Dick Huiskamp van DLH bezig geweest met het maken van een bouwplan voor de lange gevellijn langs de Melkmarkt en architectuurliefhebbers waren hier op zijn zachtst gezegd niet blij mee. Om dit plan te realiseren, moesten heel wat vierkante meters tegen de vlakte waaronder een karakteristiek bankgebouw van de ABN Amro, en twee middeleeuwse Tijlpanden. “Oh die Middeleeuwse gewelven,” zegt Marcel terwijl hij twee bogen uitbeeld met zijn handen, “ik ben er zelf nog binnen geweest in die kelder. Je kon er nog net rechtop staan. Zulke gewelven uit de Middeleeuwen zie je niet zoveel meer.”

Ten strijde als stichting

Terug naar 2005. In dat jaar wordt Marcel mede-oprichter van de Stichting Bankgebouw Van Straaten en strijdt hij onder andere samen met voorzitter Monique Schuttenbeld tegen de plannen van DLH. Marcel vindt het onbegrijpelijk dat een gebouw van grote historische waarde, dat notabene in aanmerking is geweest voor een plaatsing op de Rijksmonumentenlijst, nu gaat verdwijnen uit het straatbeeld. Door een stichting op te richten is er juridisch meer mogelijk, omdat je als individu niet als rechtspersoon kunt optreden voor een gebouw. Met een stichting kan dat wel. Ook besluiten ze de krachten te gaan bundelen met andere verenigingen zoals de Vrienden van de Stadskern Zwolle en Ergoedvereniging Heemschut. Samen hopen ze zo genoeg draagkracht te creëren en de stad te overtuigen van het historische belang. Het is het begin van een strijd die uiteindelijk jaren zal gaan duren.

Terwijl de stichting vecht voor het behoud van de gebouwen, timmert Zwolle hard aan de uitvoering van hun ‘Ontwikkelingsprogramma Binnenstad 2015’. Het openbreken van de Melkmarkt moet ruimte geven aan drieduizend vierkante meter winkel alsook horeca, 28 appartementen en een openbare fietsenkelder voor vijfhonderd plaatsen. Het economische belang is zo groot, dat het college van B&W het advies van de Welstands- en Monumentencommissie (waar Marcel tevens deel van uitmaakt) om de panden alsnog op de monumentenlijst te zetten, naast zich neerlegt. Verandering is noodzakelijk en niets zal de sloop tegenhouden. Wethouder Filip van As (ChristenUnie) heeft in 2010 het stokje mogen overnemen van Janco Cnossen (ChristenUnie).

Een dood stukje van de stad. Zo noemen velen het gebied op de Melkmarkt. Ook de stichting kan het beamen dat er iets moet veranderen, maar een belangrijk stuk historie weghalen uit het hart van Zwolle? “We hebben aan de gemeente gevraagd of die panden gewoon opgeknapt konden worden en de bouwplannen ernaast te realiseren” vertelt Marcel. “Oud en nieuw naast elkaar. Zo heb je een mooie mix. Maar dat wilden ze gewoon echt niet.” Dirk de Vries (hoogleraar bouwhistorie) schreef op 6 april 2007 het grote opiniestuk ‘Waar het wringt op de Melkmarkt’: “Door schaalvergroting ontstaat immers per gelegenheid minder aansluiting op het oude… Hoeveel kan of mag je weghalen en vernieuwen om de stad en het straatbeeld nog als historisch te ervaren?” Nog twee weken eerder hoopte de stichting aan te kunnen tonen dat het gemeentebestuur onzorgvuldig met de zaak was omgegaan. De stichting was al geruime tijd in bezit van een document waarin Monumentenzorg in 1999 al adviseerde over de historische waarde van de gebouwen en het toenmalige hoofd bepleitte voor het behoud van de panden. Maar deze troef mocht niet baten. Wethouder Cnossen ketste dit af met het argument dat ze gedegen onderzoek hebben laten doen door een externe partij, en op basis van die analyse hebben beoordeeld. Daarmee werd onzorgvuldig bestuur uitgesloten.

Het spel lijkt gespeeld voor Marcel. Bijna een jaar blijven de kranten leeg over de Melkmarkt tot het besluit valt. De meerderheid van de gemeenteraad besloot in slechts anderhalf uur op 14 mei 2007, dat de nieuwbouw door moest gaan. Na al die jaren zou het aanbrengen van wijzigingen in het plan niet reëel meer zijn. De gemeente zou ook vrezen voor een schadeclaim van de projectontwikkelaar als er nu weer zaken gewijzigd moeten worden.

“Dit is een van zijn mooiste ontwerpen”

Een jaar later, in 2008,  besteedt Michael Amsman van de Stentor nog eens uitgebreid aandacht aan het onderwerp. Hij neemt contact op met de zoon van de architect, Jan van Straaten. Toen 77 jaar. Samen gaan ze – wat misschien wel de enige en laatste keer is – naar het gebouw dat zijn vader ontwierp. “Die stukken natuursteen boven de deuren en ramen, dat was typisch iets voor mijn vader. De geglazuurde stenen, daar werkte hij wel vaker mee… Dit is absoluut een van zijn mooiste ontwerpen.” Dat zijn precies de details die Marcel ook zo lief heeft. Deze kleine onderdelen die je normaal gesproken zo over het hoofd ziet. Maar leer ze eens kennen, voeg ze samen en je hebt een uitermate spannend verhaal als geheel. Trek eens een dag op met Marcel in het centrum en je kijkt nooit meer hetzelfde naar een stad.

In 2009 lijkt er ineens iets opmerkelijks te gebeuren. Na opdracht van minister Plasterk concludeerde de Raad voor Cultuur in een nieuw bouwhistorisch onderzoek dat de Tijlpanden ‘van nationaal belang zijn’ en de status van Rijksmonument verdienen. Indien Plasterk deze gebouwen dan ook daadwerkelijk als rijksmonument benoemt, dan zou dat betekenen dat het hele sloopplan van tafel is. Voor het eerst haalt de Stichting Bankgebouw van Straaten even opgelucht adem. Na jarenlang genegeerd te zijn door de gemeente, ondanks alle adviezen van gemeentelijke monumentencommissies, argumenten en petities lijkt daar dan eindelijk de erkenning te zijn. Het feestje zal alleen nog heel even moeten wachten. In de regel neemt de minister het advies van de Raad over. Het is afwachten tot het moment dat Plasterk het verlossende woord geeft…

Oude Tijlpanden aan de Melkmarkt Zwolle. Bron: weblog Zwolle

 

Maar het verlossende woord komt niet.

Vier maanden later besluit de minister het advies naast zich neer te leggen. Hij vond de economische argumenten van de gemeente te zwaar wegen en daarmee verliest de stichting de strijd om de Melkmarkt. Het economische belang is dus groter dan het culturele belang. “Ja er is echt veel weerstand geweest over hetgeen wat er moest komen,” vertelt wethouder van As, “en ik begrijp het verzet wanneer er oude panden moeten worden gesloopt. Je behoudt ze liever. Maar op deze plek was het gewoon echt niet mogelijk om ze te behouden.” Daarmee is het besluit definitief. Op 11 juni 2010 maakt de stichting in een nieuwsbrief kenbaar de handdoek in de ring te gooien. Er waren nog enkele vervolgstappen mogelijk maar het bestuur besloot om de strijd toch maar op te geven. Is het dan allemaal voor niets geweest? De stichting vindt van niet. De grootste winst is toch wel behaald bij ‘de erkenning van de monumentale waarden.’

Is Zwolle er klaar voor?

Door de economische crisis duurde het lang voor er een goede partij gevonden kon worden om zich te vestigen aan de Melkmarkt. Nu, ruim zes jaar later, staat de stad te springen om een nieuwe, gigantische Primark te verwelkomen. De meningen hierover zijn sterk verdeeld. Retailexperts beloven dat het alleen maar ten goede zal komen aan de economie van het centrum. Andere inwoners maken zich zorgen of de stad dit wel aankan. Kijk maar naar Groningen. In de Westerhaven verdubbelde het aantal bezoekers in slechts twee weken tijd tot 200.000 wat zorgt voor enorme overlast. Waar je voorheen nog rustig kon fietsen, kom je er nu amper doorheen. Mensen puffen uit, buiten op de bankjes met soms wel vier grote papieren tassen vol met kleding. Uitpuilende prullenbakken, ontelbaar geparkeerde fietsen en parkeergarages die regelmatig vol zitten. Jantina Kamp is 26 jaar, is obsterieverpleegkundige en heeft bijna haar hele leven in Zwolle gewoond. “Het is wel gemakkelijk om een Primark te hebben. Wie koopt er niet af en toe iets bij deze winkel? Maar ik ben wel bang dat het ten koste gaat van de gezellige terrassfeer die er nu is op de Melkmarkt. Ik vind de Primark te groot. Ik had veel liever gezien dat er meerdere kleine winkels erbij waren gekomen zodat je wat variatie hebt.”

En de kleine ondernemer? Is die niet bang om weggeconcurreerd te worden door de modegigant? Om de hoek van de Melkmarkt zitten verschillende zelfstandige ondernemers in de Luttekestraat. Daniëlle Blankvoort is mede-eigenaar van sieradenwinkel Widaro: “De Primark heeft wel een heel ander soort publiek,” zegt Daniëlle op het kleine bankje voor haar winkel, “dus ik ben ook niet zo bang dat ik moet concurreren. Laat de jonge meiden maar lekker naar de Primark gaan, dan komen hun moeders misschien wel naar ons!” Voor Jan Conradi van kinderkledingwinkel Hebbes! geldt hetzelfde. “Het is inderdaad een heel andere doelgroep maar je moet het ook breder zien dan dat. De komst van de Zara en Primark zal alleen maar meer accent geven op het feit dat Zwolle een winkelstad is. Daar hebben we dan wel weer baat bij. Zo kan Zwolle zich onderscheiden van nabijgelegen steden.”

En zo wordt langzaam duidelijk op wat voor manier de stad aan het transformeren is. Marcel kijkt nog eens omhoog naar de grote betonnen constructie waar nu druk gewerkt zodat ze medio 2017 open kunnen gaan. “Het eerste plan zou aanvankelijk met moderne glazen gevels zijn. Daarvan hebben we meteen gezegd: dit is te modern voor de historische binnenstad. Na enkele jaren economische crisis zijn er hele nieuwe plannen gemaakt en daar ben ik wel erg tevreden mee.” De Tijlpanden verwijzen nog naar de oude drukkerij van de familie Tijl die hier eind achttiende eeuw heeft gezeten. Om de herinnering van Tijl terug te laten komen in het pand, heeft architect Ponec een gestileerde lindeboom verwerkt in de baksteengevel. De Lindeboom, het wapen van de familie Tijl, zal dan altijd een symbolische herinnering zijn aan de geschiedenis van het pand. Na al die jaren van strijd is dit dan toch een goed moment om los te laten. “Ik kan hier vrede mee hebben” zegt Marcel. “Het is een soort knipoog naar het verleden. Wat ik ook mooi vind is dat de gevelsteen uit de begintijd van de drukkerij uit 1778, die toen meeging met de Zwolse Courant, weer terug wordt geplaatst door de architect. Zo kan oud en nieuw toch mooi gecombineerd worden.”

Samen sterker

Uiteindelijk is er dan één conclusie die met zekerheid gezegd kan worden, en dat is dat verandering de enige constante factor is. Verenigingen zoals Vrienden van de Stadskern Zwolle zetten zich ook al jaren in voor de bescherming van het historische karakter van de binnenstad. Tot ongeveer tien jaar geleden was instandhouding altijd het uitgangspunt, maar ook de vereniging is zich er bewust van dat niet alles behouden kan blijven. Alle partijen zijn het er dan over eens dat er de laatste jaren iets is veranderd in de dynamiek tussen het bestuur en publiek. “Een van de mooie dingen, is de samenwerking van de laatste jaren,” zegt wethouder van As. “Ik zie dat de partners van de gemeente daar erg in zijn meegegroeid, zo ook de Vrienden van de Stadskern. Waren ze vroeger puur gericht op het behoud van het bestaande, denken ze nu echt mee hoe de stad zich moet en kan ontwikkelen, maar wel met oog en passie voor de historie van de stad.”

Vanaf de Melkmarkt loop je binnen een paar minuten via de Blijmarkt naar Museum de Fundatie. Een perfect voorbeeld van een geslaagde samenwerking. Het museum dat gebouwd is rond 1838 in neoclassicistische stijl wilde in 2012 gaan uitbreiden. De directeur van het museum was zich er erg bewust van dat hij zijn best moest doen om dit aanvaard te krijgen door de stad. Het ei-vormig bolwerk dat bovenop het museum te zien is, zorgde aanvankelijk voor argwaan bij de Vrienden van de Stadskern. Heftig, zou de lading van het gevoel niet dekken. Maar achteraf is het een pareltje voor de stad geworden. Ook werd er bedacht dat alle inwoners de gelegenheid kregen om op de tegels van de uitbreiding een boodschap of hun naam achter te laten.

De stadswandeling eindigt bij de Sassenpoort terwijl de zon inmiddels hoog in de lucht staat te branden. Dit is toch wel een van de mooiste stukjes van Zwolle, vindt Marcel. De stad verandert en de mensen veranderen mee. Het is bijzonder om te zien hoe ogenschijnlijk onverenigbare partijen gezamenlijk hun weg weten te vinden in deze transformatie. Uiteindelijk zal je toch samen door een deur moeten. Of een poort. Zoals de Sassenpoort bijvoorbeeld. “Oh maar de Sassenpoort heeft de gemeente ook een tijdje willen slopen, zo rond 1877,” vertelt Marcel met een grijns, “maar ook daar zijn mensen destijds gelukkig tegen in verzet gegaan.” Marcel staat even stil onder de poort voor hij verder loopt. Hier in de schaduw, waar de klinkers het zonlicht nooit zien, voelt de lucht koel en aangenaam. “Het is maar goed dat er toen zulke wijze mensen rondliepen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s